26 maart 2011

iPad 2

iPad 2 gezien door het oog van een niet zo alledaagse gebruiker. Je zou toch zin krijgen er eentje te kopen…

19 maart 2011

Hans Memling (ca. 1440-1494): Leven en Werk Deel 8: Naschrift

[afb31]Memling is samen met Dieric Douts en Hugo van der Goes de belangrijkste voortzetter van de nieuwe schilderkunstige richting die in de 15de eeuw in de Zuidelijke Nederlanden tot bloei kwam en waarvan Jan van Eyck, de Meester van Flémalle en Rogier van der Weyden de gangmakers waren. Het optisch realisme werd de nieuwe vorm waarin devotionele of mystieke inhouden gestalte kregen. Memling vertegenwoordigt er de meest klassieke en minst middeleeuwse fase van. Nochtans was het precies Memling die door de romantici, tijdens de gotische heropleving in het begin van de 19de eeuw, als symbool van de mystieke christelijke middeleeuwse kunst werd gekozen. De sentimentele benadering van Memling in de 19de eeuw heeft tijdens het modernisme in de eerste decennia van de 20ste eeuw, toen de esthetiek in het teken van abstractie en expressie stond, een gedeeltelijke verguizing van zijn werk in de kunstkritiek veroorzaakt. Vandaag beseft men meer en meer dat Memling een heel eigen voorstellingswereld heeft gecreëerd, die een laatste maal gestalte gaf aan de ideale religieuze verzuchtingen van een welvarende en rationeel denkende burgerij van de vooravond van het humanisme. Deze voorstellingswereld is gekenmerkt door een fysische versmelting van de heilige wereld met de menselijke (te vergelijken met de mythologische wereld in de oudheid); een niet geëvenaarde, allesomvattende epische structuur in de vertolking van de evangelische feiten, hun symboliek en eschatologische aspecten [afb.31]; een nieuwe, glasheldere en open organisatie van de ruimte; een perfectionistische kristallisatie van het portret in een streven naar platonische schoonheid.

Voor de Brugse ateliers is Memling de figuur geweest die de beeldformules en de rijzige, gestileerde vormgeving van Rogier van der Weyden heeft geïntroduceerd, en zo een stijl heeft gecreëerd die typisch Brugs is geworden. Het is inderdaad wellicht door Memlings komst dat een aantal Brugse kleinmeesters, die allen anoniem gebleven zijn, een onderling verwante stijl zijn gaan ontwikkelen die zich tot in het begin van de 16de eeuw handhaafde. De belangrijkste zijn de Meester van 1473, de Meester van de Ursula legende, de Meester van de Lucia legende en de Meester van de Baroncelli-portretten. Gerard David, die nog gedurende tien jaar Memling in Brugge heeft gekend, heeft onder diens invloed zijn oorspronkelijk sterk Hollandse stijl aangepast.

Joos van Cleve, Quinten Metsys en Pierer Pourbus hebben door hun natuurlijke affiniteit met de oude meester hem niet zelden op vermomde wijze geciteerd.

10 maart 2011

Whisky fever… Het mouten

maltDe eerste stap in het productieproces van whisky is het mouten van de gerst. Dit proces moet correct worden uitgevoerd want je kunt tekortkomingen later niet meer herstellen. Daarnaast is dit proces duur. Met het mouten van de gerst is tweederde van de productiekosten gemoeid. Dus veel ruimte voor vergissing is er niet.

Wat is mouten? Het moutproces is het laten kiemen van de gerst zodat het zetmeel wordt bevrijd. Het zetmeel zit aanvankelijk in de kern van de gerstkorrel en is omgeven met een celwand van proteïne. Die celwand moet worden afgebroken. Dit gebeurt in drie stappen. Weken, kiemen en drogen.

De eerste stap in het moutproces bestaat uit het weken van gerst met water in grote bakken (steeps) zodat het kiemen kan starten. steep

Wanneer na het weken de gerst de steeps verlaat, start eigenlijk het kiemen. Op het hoogtepunt van het kiemen, wanneer dus de celwand is afgebroken wordt het kiemen stilgelegd. Het heeft geen zin om het kiemen nog verder te laten gaan want dan gaan de jonge scheuten het zetmeel ‘opeten’. En laat het nu net het zetmeel zijn die nodig is om alcohol te maken.

malt floorHet stilleggen van het kiemen gebeurt door het drogen (kilnen) van de gerst op de moutvloer. De gerst moet voortdurend worden gekeerd om de aangemaakte hitte gelijk te verdelen. Traditioneel gebeurt dit keren door moutmannen, die met een soort schop (malt shiel) de gerst omscheppen.

Turf wordt gebruikt om de warmte nodig voor het drogen van de gerst te produceren. De turfbranden veroorzaken rook die door de gerst wordt opgenomen en hebben dus een invloed op de uiteindelijke geur en smaak van het eindproduct.

Uiteindelijk wordt de mout gemalen om het graan te openen en dus het onttrekken van suikers mogelijk te maken. Dit product noemt men grist. Dit is de start van de volgende fase in de productie van whisky: Het mashen.

05 maart 2011

Whisky fever… Peat (turf)

Ik heb een nieuwe hobby. Whisky. Het is nog wel een hobby in embryonale fase. Veel weet ik er nog niet over. Toch al een eerste gedachtespinsel.

TurfWhisky gaat eigenlijk over geuren en smaken. Geuren en smaken die worden beïnvloed door onder ander klimaat, geologie, bodem, water, heide, zeewier en turf. Maar vooral het productieproces zelf maakt eigenlijk de whisky. Later meer daarover.

Laat ik er eentje uitpikken: turf.

Wat is turf? Turf is een opeengehoopte en deels verkoolde massa vegetatie, die je doorgaans vindt in vochtige gronden. Als je turf lang genoeg bloot stelt aan druk en hitte verandert het uiteindelijk in steenkool. Turfvelden vind je vooral in het noordelijk halfrond in gematigd en kouder klimaat. In Schotland is er meer dan 1 miljoen hectare.

kilnTurf wordt gebruikt als brandstof in een kiln om de gemoute gerst te drogen. De lengte en de intensiteit van het droogproces beïnvloeden de smaak. Veel van de essentiële delen die smaak aan whisky geven zoals o.a. phenolen zijn geen onderdeel van turf, maar komen vrij bij de verbranding ervan.

Ardbeg en Lagavulin staan bekend als hele sterke turfachtige malts. Ik heb mij een Lagavulin van 16 jaar gekocht (43%). Dit is een whisky met een heel lage aankoop drempel. Ieder supermarkt heeft die in de rekken staan. Je moet dus echt niet veel moeite doen om deze – ook bij kenners heel hoog aangeschreven - single malt op de kop te tikken.

LagavulinLagavulin

Hier mijn eerste proef notities:

Kleur: de whisky heeft een bronsachtige kleur. Persoonlijk vind ik dit een perfect kleur voor een whisky. In onderstaande balk kom je een stuk rechts van het midden uit.

kleurbalk

Geur: Vind ik heel moeilijk. Weinig referentie punten. Ik ruik sigaren, geur van vuurwerk? In elk geval iets rokerigs.

Smaak: Zee, ziltige smaak. Zou zeewier zo smaken? Smaakt helemaal niet zoet, zoals ik hier en daar al heb gelezen.

Afdronk: Je blijft lang met de smaak zitten. Heerlijk.

04 maart 2011

Hans Memling (ca. 1440-1494): Leven en Werk Deel 7: Stijl en techniek

[afb. 27]Memlings stijl is statisch en ruimtelijk, zijn esthetiek is idealiserend en rationeel, zijn boodschap narratief. De wereld ontplooit zich als immobiele verschijning aan het visionaire oog van de schilder. Het analytische realisme eigen aan de schilderkunst van de Nederlanden is bij hem zeker aanwezig en zelfs rimpelloos volmaakt, maar geeft de indruk niet op de echte werkelijkheid toegepast te zijn, maar op een kunstmatige wereld van geboetseerde en gekleurde vormen onder een onveranderlijke belichting en in een definitieve rangschikking.

Zijn schilderijen zijn open constructies, die in de breedte en naar de diepte toe een overzichtelijk gearticuleerde ruimte scheppen, waarin de personages als sculpturen of figuurtjes zijn neergezet. De rol die het landschap en de architecturale elementen als theatrale attributen hierbij spelen, is opvallend. De compositie berust op weloverwogen symmetrie en is bij voorkeur uit verticalen opgebouwd.

Het leven van Christus en van Maria heeft het grootste aandeel in de thematiek die zich daarnaast hoofdzakelijk beperkt tot Tronende Madonna's met Kind, dikwijls omringd door heiligen of engelen. Naast deze mariale thematiek heeft hij zoals geen van zijn voorgangers of tijdgenoten het evangelie in zijn volledige afwikkeling in epische fresco's uitgebeeld, waarin het narratieve door zijn bedachte constructie zelf icoon wordt. De verschillende elementen van de voorstelling of hoofdstukken van de handeling zijn opgenomen in een doorlopend decor, meestal een landschap, dat de gehele compositie in alle richtingen bindt. Het verhaal valt uiteen in episodes, die zich, zoals in het theater, afspelen op verschillende plateaus of in afzonderlijke gebouwtjes en interieurs. Deze "tableaux vivants" zijn volgens hun onderling chronologische en symbolisch verband ruimtelijk en compositorisch geordend in een soort visueel totaalspektakel. Het coloriet is helder, bijna mediterraan, en bevordert het ruimtelijk effect. De objecten lijken veeleer gekleurd te zijn dan van nature een eigen kleur te bezitten, zodat een soort van artificieel en gelijkmatig verdeeld kleuren evenwicht tot stand komt dat het gehele schilderijvlak inneemt en doet schitteren. Kleur vervangt bij Memling de archaïsche functie van goud of zilver.

[afb. 28]De menselijke figuur, die zijn werk domineert, is uniform. Het zijn rijzige gestalten met een afwezige, emotieloze uitdrukking. Zij zijn in de ruimte geplaatst, als levende zuilen die het schilderij schragen. Hun gezicht is ovaalvormig met smalle, lange neus en hoog voorhoofd. In het portret krijgen zij een identiteit die enkel berust op de nauwkeurige registratie van hun onderling verschillende fysionomie en niet op hun karakter of uitdrukking. Ze lijken ook geen reële leeftijd te hebben. Memling heeft een idealiserende fusie tot stand gebracht tussen het geobserveerde portret van Jan van Eyck en het gestileerde portret van Rogier Van der Weyden door het gezicht sculpturaal te benaderen. Het hoofd wordt in zijn bijzonderheden driedimensionaal afgetast en gepolijst. Het portretbeeld berust niet op compositie maar op "uitsnit", zoals bij een close-up in de fotografie. Dat is een volstrekt origineel kenmerk van Memlings portretkunst.

Een bijkomend maar bijzonder typisch aspect van Memlings stijl is de ruime plaats die sierelementen als heraldische schilden (driedimensionaal met helm en helmteken), wimpels en vlaggen en spreukbanden met betrekking tot de naam van de schenker of van de geportretteerde in zijn werk innemen [afb. 27]. Al deze elementen zijn op vindingrijke wijze in de voorstelling geïntegreerd of op de achterzijde van het portret of het luik aangebracht en realistisch uitgewerkt met de kennis en bedrevenheid van een gespecialiseerde sierkunstenaar. Ook de jaartallen zijn dikwijls op eyckiaanse wijze in het tafereel verwerkt, in reliëf of in steen gebeiteld.

Memlings werk kan over een lange tijdsperiode gevolgd worden. Uit het overzicht blijkt dat er nauwelijks van een stijlevolutie sprake kan zijn. Tussen de vroegst gedateerde retabels (Laatste Oordeel, 1467, Panorama met de Passie, ca. 1470 en het laatste (Greverade-retabel, 1491) is er in zijn geheel genomen geen wezenlijke stijlverschuiving, tenzij dat er aanvankelijk een uitgesproken invloed van Van der Weyden kan worden vastgesteld, te herkennen in de types, de scherpe, karaktervolle tekening van fysionomie en handen en in een zekere hoekigheid en ascese in de figuratie. Deze meer archaïsche stijl is nog in enkele andere werken terug te vinden, onder meer in de Tronende Madonna van Kansas City, het Portret van een lid van de familie Rojas (privé­verzameling) en in de Triptiek van Jan Crabbe . Een ander aspect van de vroege stijl zijn de meer gespannen, gladde volumes en het gewelfde modelé (Madonna met het Kind op een kussen [afb. 28]; Portinari-portretten) die later een soepeler natuurlijkheid verkrijgen. Ook de lineaire aanlegtekening met het penseel staat in de vroegste werken zeer dicht bij Van der Weyden. Of Memling een aandeel had in de Sforza-triptiek (Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België) is onvoldoende aangetoond.

[afb. 29]Wel is nu definitief uitgemaakt dat hij niet de auteur kan zijn geweest van de Taferelen uit de kindertijd van Jezus (vijf panelen verdeeld over Glasgow, Art Gallery and Museum; Madrid, Museo del Prado; Washington, National Gallery of Art; Birmingham, Museum & Art Gallery), die nog in het atelier van Rogier van der Weyden en dus vóór 1464 zijn ontstaan. De Madonna met Kind (Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België), een kopie naar een verloren werk van Rogier van der Weyden [afb. 9 - zie deel 2: De vroegste werken tot 1472], is vermoedelijk wel een jeugdwerk van Memling.

Het feit dat Memling de vormentaal van Van der Weyden in de richting van het bevallige en paradijselijke heeft vertaald, werd soms - wellicht niet ten onrechte - toegeschreven aan zijn Duitse origine en aan zijn eerste vorming in de Rijnstreek. De lieflijke figuratie van Stefan Lochner en ook soms diens composities roepen een zekere verwantschap op. Lochners Laatste Oordeel (Keulen, Wallraf-Richartz-Museum) blijkt wel degelijk een rechtstreekse inspiratiebron voor Memling te zijn geweest, en dit naast en in weerwil van Van der Weydens Laatste Oordeel uit Baune. Ook later is er nog frequent Duitse invloed aan te wijzen. De theatrale uitwerking met vele figuren van de Calvarie in de Greverade-triptiek was op dat moment onbekend in de Nederlanden, maar kwam al lange tijd voor in Westfalen. Ook het dubbelportret op één paneel lijkt een Duitse oorsprong te hebben. Het opvallend klassieke karakter van Memlings kunst doet een kennis van Italiaanse voorbeelden vermoeden. In zijn latere werk komt deze belangstelling bijzon­der duidelijk tot uiting in het gebruik van renaissance ornamenten zoals vruchtenslingers.

Memling is ook de eerste kunstenaar in de Nederlanden die enkele allegorieën met betrekking tot liefde en deugd tot stand bracht, wat toen in Venetië en Florence een courant genre was (Triptiekje van de Aardse Ijdelheid en de Hemelse Verlossing ; Allegorie met een Maagd; Diptiek van de allegorie van de waarachtige liefde ). Het al genoemde systematische gebruik van Romeinse kapitalen en humanistisch cijferschrift in de opschriften vindt in Memling zijn vroegste manifestatie in het noorden.

Memling is de eerste kunstenaar benoorden de Alpen die het portret tegen een landschapsachtergrond zet. Dat portrettype treffen we al zeer vroeg aan (ca. 1467-1470), in de mansportretten van Frankfurt of van The Frick Collection. Het is gezien het geringe tijdsverschil van de dateerbare werken vooralsnog onmogelijk om te weten of Memling hierin het Italiaanse genre voor was. Veeleer moet men hier denken aan een osmose van het in de Nederlanden ontwikkelde landschap als achtergrond van heilige figuren (Rogier van der Weyden, Braque-triptiek [afb. 30]). In ieder geval werden Memlings portretten en ook zijn Madonna's later vaak - en niet het minst voor het landschap - geïmiteerd. Leonardo da Vinci, Perugino of Fra Bartolomeo bijvoorbeeld zijn niet denkbaar zonder Memling.

[afb. 30]

De schilderkunstige techniek van Memling verschilt niet wezenlijk van de traditie van de pa­neelschilderkunst in de Zuidelijke Nederlanden in de 15de eeuw. De gelaagde en vloeiende Van Eyck-techniek is bij hem echter vereenvoudigd. Er zijn beduidend minder verflagen aanwezig. De detaillering en het modelé zijn dikwijls in één handeling aangebracht in kleine toetsen. Licht en donker zijn niet meer altijd optisch versmolten in de verflaag, maar meer grafisch in fijne penseelstreken aan het oppervlak aangebracht met gebruik van loodwit en neutrale donkere tonen. De bij­zonder dunne schildering, vooral van het inkarnaat, heeft na verloop van tijd dikwijls het doorschemeren van de voorbereidende tekening veroorzaakt. Deze tekening is in ver­gelijking met die van andere schilders uit deze tijd bijzonder verward en schetsmatig, met veelvul­dige hernemingen en wijzigingen. Dit moet niet als een gevolg van het onstuimige temperament van Memling als tekenaar geïnterpreteerd worden, maar is het resultaat van zijn voorliefde om de compositie grotendeels rechtstreeks op het paneel zelf en niet vooraf op papier te ontwerpen.

Het hele scheppingsproces blijft dus zichtbaar op de infraroodopnamen. Na de aller vroegste wer­ken waarin nog een strakke "gotische" grafiek wordt beoefend, schakelde Memling al vanaf ca. 1467 (delen van het Laatste Oordeel) over op de hem zo eigen moderne schets met zwart krijt of houtskool.

In één geval, het Portret van Maarten van Nieuwenhove, is een nauwkeurige perspectief­constructie aanwezig, wat op het niveau van de voorbereidende tekening het vroegste voorbeeld hiervan in de Nederlanden is.

03 maart 2011

iPad 2

There’s really no reason to buy an iPad 2. Here is why. No real surprises, no hot stuff. The most surprising of it all was that Jobs himself made the presentation.

02 maart 2011

The King's Speech

Since ‘The King’s Speech’ is a low budget British movie. American film makers found it unfit for the US market. They are planning an adaptation. Here below is the trailer for this new movie. Enjoy. It’s hilarious.

19 februari 2011

Vreemde gebouwen (3)

wozoco2Wanneer de woningcorporatie ‘Het Oosten’ in Amsterdam 100 sociale woningen gevraagd werd te bouwen, sprong het  Nederlandse architectenbureau MVRDV op de opdracht.

Binnen de regelgeving over voldoende zonlicht en de grootte van de site konden slecht 87 appartementen worden gebouwd.

In plaats van open ruimte op te offeren, werden de overige 13 eenheden gewoon aan de gevels ‘geplakt’. De uitstekende suites lijken openstaande lades in een sterk uit de kluiten gewassen glazen dressing. De laagste blokken hangewozocon net boven de hoofden van angstige voorbijgangers.

Deze zwaartekracht tartende constructie - de WoZoCo Appartementen – werd voltooid in 1997.

17 februari 2011

1q84

1q841q84 (spreek uit: ‘Qutienvierentachtig’) vertelt de levensverhalen van twee eenzame Japanse dertigers, aan wie om en om een hoofdstuk – elk twaalf per boek - is gewijd: de schrijver en wiskundeleraar Tengo en de sportschoollerares Aomame, die als een oosterse Lisbeth Salander - Murakami verstopt zelfs een verwijzing naar ‘Mannen die vrouwen haten’ in zijn roman -op commando afrekent met gewelddadige macho’s.

Dat Tengo en Aomame een verleden met elkaar delen, wordt al snel duidelijk. Ze blijken elkaars stille, al twintig jaar uit het oog verloren jeugdliefdes.

Het hele verhaal brengt de beide hoofdpersonages door vreemde plot- wendingen steeds dichter bij elkaar.  Deze hebben allemaal te maken met een boek – geschreven door een 17-jarige femme fatale - dat Tengo op verzoek van zijn eigen uitgever zó goed herschrijft, dat het een belangrijke literaire prijs wint.

Een pop van lucht’ heet deze bestseller. De roman beschrijft hoe een meisje opgroeit in een religieuze sekte en daar tijdens een eenzame opsluiting wordt bezocht door de ‘Little People’. Kleine vreemde wezens die hun begerige klauwen uitstrekken naar ‘onze’ wereld. Daarbij maken ze gebruik van een soort reproductie techniek, die sterk doet denken aan ‘Invasion of the Body Snatchers’.

Zowel Tengo als Aomame vormen een bedreiging voor de ‘Little People’. De ene door zijn bemoeienissen met het boek en de andere door de Leider van de sekte te doden.

In navolging van de Japanse uitgever heeft Atlas de Nederlandse vertaling van Boek Eén en Twee samen op de markt gebracht. Deel drie ligt halfweg volgende maand in de boekhandel.

Ik moet dus niet lang meer wachten om te weten of Aomame zich nu al dan niet een kogel door de kop jaagt. En Tengo - radeloos dwalend door de donkere herfstnacht op zoek naar zijn geliefde - dit zal kunnen verhinderen.

Nog iets anders:

‘Het merendeel van de mensen kan nauwelijks beoordelen of een roman goed of slecht is, maar ze willen niet bij de buren achterblijven, dus als iedereen het over een boek heeft kopen zij het ook.’

Deze passage uitgesproken door Tengo’s cynische uitgever krijgt toch wel een ironische bijklank. De hype die deze boeken heeft gecreëerd zal ook velen aanzetten de boeken te kopen los van het feit of ze nu goed of slecht zijn…

16 februari 2011

Hans Memling (ca. 1440-1494): Leven en Werk Deel 6: De personen en het werk

[afb. 26]Men heeft, zonder enig bewijs, Memlings zelfportret willen herkennen in sommige opvallende achtergrondfiguren, vooral op het middenpaneel van het Johannesretabel en van de Donne-triptiek [afb. 26], en ook nog op de Passie-triptiek te Lübeck (in het gezelschap van de Duitse schilders Wolgemut en de jonge Dürer). De Italiaanse geschiedschrijver Marcanronio Michiel zag in 1521 in Venetië in het huis van kardinaal Grinuni een zelfportret, dat hij als "tamelijk dik" en van het "rossige type" beschreef.

Er is uitzonderlijk veel bewaard van Memlings oeuvre. Het omvat meer dan dertig portretten (soms als tweeluik met een Madonna met Kind), een twintigtal altaarstukken of kerkelijke schilde­rijen met schenkersfiguren, dikwijls meerdelig en van grote afmetingen, een vijftiental losse Madonna voorstellingen, waarvan de luiken met de schenkersfiguren of de portretten verloren zijn, en ten slotte nog een twintigtal schilderijen met diverse thema's uit het evangelie, met betrekking tot heilige figuren of met moralliserende allegorieën.

Memling leefde in de woelige periode die het einde van de Bourgondische tijd kenmerkte, hoewel hiervan in zijn werk weinig te merken valt. Zijn opdrachtgevers waren vrijwel allen rijke burgers (bankiers, handelaars, politici) of geestelijken en enkele malen ook edelen. Dikwijls waren het vreemdelingen, vooral Italianen, die ofwel om politieke ofwel om financiële redenen betrek­kingen onderhielden met het toen welvarende Brugge. Zij lieten zich door Memling portretteren, al dan niet op een devotie- of altaarstuk voor hun kapel in Brugge of hun thuisland. Officiële op­drachten (voor stad of hof) blijken niet tot zijn werkterrein te hebben behoord. Een uitzondering is het verloren Portret van Antoon van Bourgondië , bastaardzoon van Filips de Goede.

15 februari 2011

Wolf Hall

wolf hallElf romans schreef Hilary Mantel voor ze met het vuistdikke Wolf Hall in 2009 de Booker Prize won. Ik kende haar niet en had nog geen enkel van haar verhalen gelezen. Het is trouwens enkel door het winnen van die prijs dat ik in de verleiding kwam een boek van haar te kopen. Wolf Hall was toen nog niet vertaald in het Nederlands. Het is dus een ‘klus’ geworden om me door het boek te worstelen. Het is geen ‘The old man and the sea’, als je begrijpt wat ik bedoel…

Vóór Wolf Hall verscheen, liet Mantel uitschijnen dat het haar wreedste boek ooit zou worden. Haar eerdere romans hadden haar in het Verenigd Koninkrijk al de reputatie bezorgd een schrijfster van donkere verhalen te zijn.

Met Thomas Cromwell als centrale 'held' beloofde Wolf Hall alvast hard en wreed te worden. Want de zestiende-eeuwse historische figuur Thomas Cromwell was als belangrijkste adviseur van de Engelse koning Hendrik VIII een van de meest gehate mannen van zijn tijd.
 
Het is dan ook bijna een aangename verrassing om Cromwell in Mantels roman te leren kennen als een man van vlees en bloed, met zijn slechte, maar ook zijn goede kanten.

Op de eerste bladzijde van Wolf Hall wordt puber Thomas Cromwell in het jaar 1500 verrot geslagen door zijn vader, een dronken smid uit Putney. Thomas vlucht weg en steekt met de hulp van Vlaamse handelaars in Dover het Kanaal over, richting Calais.

Amper tien bladzijden verder is het 1527 en is Cromwell de geliefde assistent van de net bij Hendrik VIII in ongenade gevallen kardinaal Wolsey. Maar Cromwell is een survivor, en een decennium later is hij dé vertrouweling van de koning.

Hij wordt benoemd tot Hendriks plaatsvervanger en wordt zo de absolute heerser over de anglicaanse kerk.

Maar wie hoog vliegt, riskeert laag te vallen: nog geen vijf jaar later wordt Cromwell beschuldigd van hoogverraad.

Wolf Hall leest als een hogesnelheidstrein. Bijna 700 bladzijden lang sleurt Hilary Mantel haar lezers mee van de ene spannende scène naar de andere.
Via flashbacks, herinneringen en spitante dialogen springt ze behendig heen en weer tussen Cromwells jeugd, zijn eerste stappen als diplomaat en zijn succesvolle jaren als politicus.

Met Wolf Hall heeft Mantel de Booker Prize dubbel en dik verdiend. Een aanrader dus.

14 februari 2011

Anjoli Priorat 2008

DSCN0918Nog niet zo lang geleden zijn we met een aantal vrienden op wijnproeverij geweest bij Tanine & Cuisine. Eén van de beste wijnen die onze gastvrouw Hilde presenteerde was de Anjoli van 2008.

Anjoli is een prachtige kennismaking met de prestigieuze Priorat regio in Spanje. De Ardèvol familie maakt er al wijn in het dorp Porrera sinds de 13e eeuw. Anjoli is de naam van de geadopteerde dochter van Rose Galceran, één van de partners van het wijnhuis Ardèvol.

 image

Ardèvol Anjoli is licht robijnrood van kleur met een neus van verse bessen, zoethout en tabak. De wijn smaakt naar van pruimen en bramen. Ze is goed in balans en heeft een heel lange afdronk.

Anjoli is een mengsel van 40% Garnacha, 40% Cabernet Sauvignon, 10% Syrah en 10% Merlot. De wijn werd gegist in temperatuur-gecontroleerde roestvrijstalen tanks om dan verder te rijpen gedurende 16 maanden in Franse eiken vaten.

Deze wijn krijgt een goede beoordeeling door zowel  Robert Parker als de Wine Spectator. In ieder geval is de wijn stukken beter dan de kwaliteit van hun website

13 februari 2011

Vreemde gebouwen (2)

clip_image002De scheve toren van Pisa moest een loodrecht gebouw zijn. Het moest een symbool worden voor de handelsmacht van Pisa in de 12de eeuw. De toren is gebouwd op zachte klei en begon al een paar jaar na de voltooiing over te hellen.

Na de voltooiing helde de toren al 1,37 meter. Maar naar mate de tijd verstreek, werd de hoek van de 16.000 ton wegende toren steeds precairder. Tegen 1990 leunde te toren al bijna 4 meter uit het middelpunt en moesten meer dan 900 ton loden balast de toren beletten van om te vallen.

Het was echter niet de steeds grotere helling die bijna voor de ondergang van de toren zorgde. De geallieerde troepen stelden aan Amerkaanse sergant aan om de toren op te blazen tijdens de tweede wereldoorlog. De geallieerden dachten dat de Duisters de toren gebruikten als observatiepost. Alleen de terughoudendheid van de 23-jarige Amerikaan redde de toren van de ondergang.

05 februari 2011

Hans Memling (ca. 1440-1494): Leven en Werk Deel 5: De late jaren 1490

De zeer geliefde thematiek van de Tronende Madonna met Kind, die eigenlijk in het Johannesretabel al haar eerste monumentale vorm kreeg, nam Mengling in deze late periode opnieuw op om er een groepsportret van een gezin rond te scharen. Het zogenaamde Altaarstuk van Jacob Floreins (Parijs, Louvre) combineert inderdaad het motief van de Madonna op een troon in een open architectuur met het familieportret zoals op de Moreel-triptiek.

Zoals reeds eerder aangestipt, is er al vanaf de Moreel-triptiek in een aantal werken een groeiende vrijheid en dynamiek in de schilderkunstige factuur te bespeuren die veeleer in een toetsenstructuur aan de oppervlakte dan in een vervloeiende versmelting van het modelé tot uiting komen. Deze "modernere" technische benadering van het geschilderde beeld vindt haar extreme resultante in twee werken bewaard in de Capilla Real van Granada. Zowel de Tronende Madonna met Kind [afb. 25] als de Diptiek met de Kruisafneming hebben een zelfde pasteuze schriftuur, die bij fotografische vergroting een verrassend directe penseelslag vertoont.

Ook het Portret van Jacob Obrecht , dat pas in 1496, twee jaar na de dood van Hans Memling, door een andere hand werd afgewerkt, maar door zijn stijl en buitengewone kwaliteit volgens mij wel op zijn actief kan worden gezet, vertoont een stevigheid in de schilderkunstige materie en een robuustheid in het voorkomen die wellicht Memlings "ultima maniera" mede illustreren.

Memling overleed op 11 augustus 1494 en werd begraven op het kerkhof van de Sint-Gillis­kerk. Deze gegevens werden opgetekend door Rombout de Dappere, bisschoppelijk notaris die ook de akte van de translatie van de relieken voor het Ursulaschrijn had opgesteld. Op 10 december 1495 werd de erfenis van zijn bezittingen voor zijn drie kinderen ingeschreven. Zij waren toen nog steeds minderjarig. Nog in 1534 en later komen in de rekeningen van de parochiekerk van Seligenstadt vermeldingen voor van jaargetijden van vier missen, voor ene "Henne Mommelings", burger van Brugge in Vlaanderen. Vermoedelijk heeft hijzelf nog deze stichting in zijn geboorte­stad geregeld.

l&w_afb25_full [Afb. 25]

22 december 2010

Vreemde gebouwen (1)

Astra OldVanaf 1971 doemde de Astra toren voor slechts drie decennia over het ‘red light district’ van Hamburg. De modernistische gebouw, waarin de brouwerij die Astra bier maakt werd gehuisvest, leek op een kruising tussen een Barnett Newman sculptuur en het beginstadia van een spelletje Jenga.

Gelegen op de top van een heuvel in het St. Pauli district, werd het gebouw een iconisch deel van de skyline van Hamburg.

In de jaren 1990, echter, werd de brouwerij opgekocht door grotere drankenproducent, en werd de productie van het Astra bier naar elders overgebracht.Astra New

Ondanks aanvankelijke beloften om het gebouw te vernieuwen, werd de originele Astra toren vijf jaar geleden gesloopt.

De vervangende nieuwbouw, die ook wel de Astra toren wordt genoemd, is maar een mager afkooksel en heeft niets meer van het zwaartekracht tartende gevoel van het origineel.

21 december 2010

Druk


"Druk dat ik het heb, druk!!!" is waarschijnlijk het meest gebruikte excuus van een luiaard.

Het ergert mij mateloos. Vroeger kon ik daar blijkbaar beter tegen. Of komt het nu meer voor? Zit de wat lossere management stijl er voor iets tussen? Ik weet het niet. In ieder geval moet er iets aan gebeuren of ik doe nog ongelukken…

05 september 2010

Marques de Vargas

marques de vargasHet is al een heel eind geleden dat ik me nog eens heb uitgesproken over een wijn die ik heb gedronken.

Laatst ben ik op een Rioja gebotst die zeker de moeite waard is. Marques de Vargas Reserva 2005 is te koop bij Colruyt. Deze frisse rioja is gemaakt van 75 % tempranillo, 10 % mazuelo, 5 % garnacha en 10 % andere regionale druiven.

De wijn heeft een diep rode kleur (zwarte kersen) en een complex aroma van gekonfijt fruit, fijne koffiegeuren, zoethout en vanille. Dank zij de aanwezige zuren heeft de wijn een krachtige en frisse smaak.

‘Ideaal bij beter gevogelte en lam’, aldus de site van de Colruyt. Maar volgens mij geniet je er het meest van tijdens een zwoele zomeravond bij een gezellige babbel met wat vrienden.

Meer info over deze wijn vind je hier.

Iets meer over de Rioja.

imageDe Rioja streek in Spanje produceert één van de beste en oudste wijnen van de wereld: De Rioja.
De heropleving van de Rioja, in de tweede helft van de 19de eeuw, was een direct gevolg van de phyloxera bacterie, die veel wijngaarden over de hele wereld heeft vernietigd.

Engelse kooplieden kwamen naar de Rioja om de Franse wijnproducten te vervangen. Toch heeft de Rioja veel meer gemeen met de Chianti dan met de Franse wijnen. Beide wijnen zijn vooral gebaseerd op één soort druif. Bij de Rioja is dat de Tempranillo.

De Tempranillo druif levert een wijn met een vrij hoge zuurtegraad en aroma’s van frambozen en braambessen. Door het toevoegen van andere druivensoorten zoals Graciano, Mazuela en Grancha, krijgen de Rioja wijnen meer complexe smaken en aroma’s. Maar het is vooral de traditie om de wijn voor een lange periode te laten rijpen in eiken vaten die voor het typische karakter zorgt.

Traditioneel wordt de Rioja gerijpt op Amerikaanse eiken vaten die voor de vanille en kokosnoot smaak zorgt. Toch gaan meer en meer producenten over op Franse eiken vaten waardoor de wijn een meer kruidige smaak krijgt.

Het label Reserva en Gran Reserva zijn houtrijpingsklassen die aangeven dat de wijn gedurende minimum 3 tot 5 jaar in de kelder van de producent gerijpt heeft.

26 augustus 2010

Hans Memling (ca. 1440-1494): Leven en Werk Deel 4: De rijpe jaren 1480

 

In de jaren 1480 is Memling op het toppunt van zijn kunnen en zijn produktie is zo groot dat we niet alleen aan een snel en aanhoudend werk ritme moeten denken maar ook rekening moeten houden met de aanwezigheid van assistenten, die bijvoorbeeld de eerste kleurlagen aanbrachten op de tekening of zelfs achtergrondfiguurtjes of landschappelijke en vegetale elementen in de stijl van de meester voor hun rekening namen.

Van deze inbreng van gezellen is meestal weinig of niets te merken omdat die versmelt in de nage­streefde eenvormigheid van het eindprodukt. Zo vertoont het in 1480 beëindigde twee meter brede Panorama met de Komst en de Triomf van Christus [afb. 17] een tot in de verste hoeken van het schilderij volgehouden schilderkunstige virtuositeit en een stralende kleurenkracht. Dit bijbels Wereldlandschap - verkeerdelijk De zeven vreugden van Maria genoemd -, waarin het vreugdevolle gedeelte van de heilsgeschiedenis zich op narratief en ruimtelijk ingenieuze wijze voltrekt, is syntactisch verbonden door de stoet van de Wijzen die de schilderijruimte doorkruist. Het is de blijde tegenhanger van het oudere Panarama met de Passie van Turijn en in een vergelijkbare doorlopende verhaaltrant ontworpen. Dit schilderij was bestemd voor het altaar van het gilde van de huidenvetters, in de meest oostelijke kapel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge. Het werd geschonken door Pieter Bultinc, "huydevetter en coopman", en zijn vrouw Katelyne van Ryebeke, zoals op de oude lijst, die nog tot aan het einde van de 18de eeuw aanwezig was, te lezen stond.

l&w_afb17_full [afb. 17]

Prachtige, geraffineerde voorbeelden van portretkunst die hij tegelijkertijd beoefende, zijn het Brugse Portret van een jonge vrouw uit 1480 en het naar uitvoering en stijl erbij aansluitende Haagse Portret van een biddende man voor een landschap . De Zegenende Christus van Boston draagt het jaartal 1481.

Een retabeltje dat we misschien ook vooraan in de jaren 1480 mogen situeren en dat de al eerder genoemde bijzonder brede lijst vertoonde die met pinnen op de luiken was bevestigd, is de Triptiek met de Rust op de vlucht naar Egypte (Parijs, Musée du Louvre; buitenluiken: Cincinnati Art Museum). Het werk is volledig ingenomen door staande heiligenfiguren, een wellicht uit Duits­land overgenomen typologie. Op 8 mei 1480 liet een zekere Hannekin Verhanneman zich als leerling van Hans Memling inschrijven. Het is de eerste maal dat Memling in het schildersregister wordt genoemd. In 1480-1481 werd Memling terugbetaald als één van de 247 geldschieters van de stad Brugge, die de oorlog van Maximiliaan van Oostenrijk tegen Lodewijk IX van Frankrijk moesten helpen bekostigen. Hij behoorde niet tot de rijkste groep, maal was toch een van de 107 gegoeden, die elk twintig "schellingen groten" of een pond hadden ge­leend. Eind 1483 of meer waarschijnlijk in 1484, het jaar waarin Gerard David lid werd van het schildersambacht, nam Memling weer een leerling in dienst, Passchier vander Mersch. Dat klopt met de reglementering dat de leertijd vier jaar bedroeg en een meester maar één leerling tegelijk mocht opleiden. Memlings eerste leerling trad inderdaad vier jaar eerder in dienst. Over deze leerlingen is verder niets bekend. Geen van beiden is vrijmeester geworden. Passchier vander Merseh stierf omstreeks 1501-1502. Wie wel carrière maakte en naar alle waarschijnlijkheid bij Memling zijn vak leerde maar nooit geregistreerd werd, was de uit Reval (Tallinn) afkomstige Michel Sittow. Door een proces dat hij tegen zijn stiefvader voor het hof van Lübeck had ingespannen, weten we dat hij in 1484 naar Brugge kwam om er het schildersvak te leren en dat zijn leertijd in 1486 nog niet beëindigd was. In 1492 is hij hofschilder van Isabella de Katholieke. Compositorisch maar ook technisch is het weinige werk dat nog van hem is overge bleven schatplichtig aan Memling. Misschien heeft hij Memling geassisteerd bij het enorme aantal opdrachten die deze in de tweede helft van de jaren 1480 te verwerken kreeg. In die periode is echter heel weinig werk precies te dateren. Het Diptiekje van Jan du Cellier [afb. 18], een handelaar in droogwaren ("crudenier") die getrouwd was met Anna van de Woestyne, een nicht van Lodewijk van Gruuthuse, moet, wegens zijn alleenstaande positie op het rechterluik, na haar dood zijn ontstaan, na 1482 dus, toen beiden een grafplaats in de Onze-Lieve-Vrouwekerk kochten.

l&w_afb18_full [afb. 18]

De Moreel-triptiek draagt het jaartal 1484. Dit is de stichtingsdatum van het altaar dat Willem Moreel en zijn vrouw Barbara oprichtten aan de zuidmuur van de Sint-Jacobskerk. Men mag dus aannemen dat het 3,5m brede drieluik pas dan werd aangevat, en niet voltooid zoals tot nog toe altijd werd vooropgesteld. Hoewel een zekere starheid in het landschap aan de medewerking van assistenten kan te wijten zijn, is het een imposante fries, die weerom, naar Duitse gewoonte, opgebouwd is met staande heiligen figuren. Ook de "stapeling" van de koppen in het groepsportret herinnert aan voorbeelden zoals de maagden op Lochners Dombild. Hier schilderde Memling het vroegste portret van een voltallig kroostrijk gezin in de Nederlanden. Toen de Moreel-triptiek ongeveer voltooid was, moeten zowel het Nájera-retabel als de Greverade-triptiek en het Ursulaschrijn zich in de aanvangsfase hebben bevonden. Zij waren respectievelijk afgewerkt omstreeks 1490, in 1491 en 1489. Stilistisch zijn al deze werken wegens te grote verschillen in type en formaat moeilijk met elkaar te vergelijken. 

Memlings vrouw blijkt in 1487 gestorven te zijn. Men weet alleen maar dat zij van haar voor­naam Tanne (Anna) heette. Onder voogdijschap van Lodewijk de Valkenaere en de goudsmid Diederik van den Gheere werd toen zoals gebruikelijk de helft van de bezittingen van het echtpaar aan de kinderen toegewezen die nog niet de volwassen leeftijd (vijventwintigjaar) hadden bereikt. Zij heetten Hannekin, als oudste genoemd naar zijn vader, Neelkin en Claykin.

Uit hetzelfde jaar 1487 zijn twee gelijkaardige devotieportretten bekend. De Diptiek van Maarten van Nieuwenhove stelt de toekomstige burgemeester van Brugge op 23-jarige leeftijd voor in aanbidding voor Onze-Lieve-Vrouw met het Kind. Dit contemplatieve moment is in een gotische burgerkamer gesitueerd, wat niet het geval is met de ook uit 1487 daterende Triptiek van Benedetto Portinari [afb. 19] waar de devotie tot de Madonna, die van hetzelfde type is, in een open galerij plaatsvindt. Benedetto's naamheilige, de H. Benedictus, staat op het linkerluik. De zijpanelen zijn zeker afkomstig uit het hospitaal van Santa Maria Nuova in Florence, dat door de familie Portinari was gesticht. De identificatie met deze neef van Tommaso Portinari is niet bewezen maar waarschijnlijk. Op de achterzijde van het portret staat zijn devies DE BONO IN MELIVS op een banderol die zich wikkelt om een afgeknotte eikestam waaruit een nieuwe twijg ontspringt. Deze enige nog volledig bewaarde devotietriptiek toont aan dat ook de drieluiken met man en vrouw van hetzelfde type zullen zijn geweest, namelijk met drie even grote panelen die over elkaar als een doos werden dichtgeklapt, zodat het wapenschild of het devies aan de buitenkant zichtbaar werd.

l&w_afb19_full [afb.19]

Tussen 1480 en 1490 ontstonden nog een hele reeks andere portretten, die alle moeilijk preciezer te dateren zijn. In heel veel gevallen blijken zij voor leden van de Italiaanse kolonie te zijn gemaakt. De landschapsachtergrond is nu meestal een vast gegeven. Deze portretten zijn niet meer weg te denken uit de geschiedenis van de moderne Europese portretkunst. De fraaiste voorbeelden zijn het Portret van een man met een munt , het Portret van een man met brief [afb.20], het Portret van een biddende jongeman (Londen, National Gallery), het Portret van een jongeman in de loggia (New York, Metropolitan Museum of Art, The Robert Lehman Collection), het Portret van een jongeman voor een landschap.

l&w_afb20_full  [afb. 20]

Memlings populairste werk, het Reliekschrijn van de H. Ursula voltooide hij ten laatste in 1489. De relieken van de H. Ursula, bewaard in het Sint-Janshospitaal, werden op 21 oktober van dat jaar (op de feestdag van de H. Ursula) door wijbisschop Gillis de Bardemakere in het nieuwe schrijn gesloten, in het bijzijn van onder meer de broeders Jan Floreins en Jacob de Ceuninc, respectievelijk meester en bursier, beiden bekend uit vroegere schilderijen van Memling (zie hierbo­ven), en zuster Jossine van Dudzele, op dat moment meesteres van de gemeenschap. Toch was het nog onder haar voorgangster Agnes Casemhrood dat de opdracht werd gegeven. De hoekbeeldjes stellen de patroonheiligen van de kloosterlingen voor die toen de leidinggevende functies waarna­men. De reliekhouder is opgevat als een met maaswerk en beeldsnijwerk versierde gotische kapel in verguld hout, waarvan de boogvormige doorbrekingen op de vier zijden van schilderijtjes zijn voorzien, als waren het gebrandschilderde ramen. Zes taferelen in miniatuurtrant, door gebeeld­houwde arcaden omsloten, verhalen de legende van de marteldood van de H. Ursula. Op de smalle portaalzijden staan Ursula, die de 11.000 maagden beschermt, en Onze-Lieve-Vrouw, die aanbe­den wordt door twee zusters die de kloostergemeenschap vertegenwoordigen. De aandacht voor de gebouwen in de scènes die zich in Keulen afspelen, wijst op Memlings vertrouwdheid met deze stad en toont zelfs aan dat hij speciaal naar Keulen is gereisd om schetsen te maken op de precieze locaties waar hij de taferelen op beide oevers van de Rijn zou laten plaatsvinden [afb. 22]. Hoe uniek ook in zijn genre, de penseelvoering van het Ursulaschrijn is soms niet meer zo accuraat als in zijn vroegere miniatuurtafereeltjes. De medaillons op het dak zijn door een andere meester aan­gebracht in de stijl van Memling. Het is de enige duidelijk aanwijsbare inbreng van een assistent in Memlings oeuvre.

l&w_afb22_full [afb. 22]

Rekening houdend met de omvang moet Memling al rond 1487 het negen levensgrote panelen tellende Retablo Mayor van de kerk van de benedictijnenabdij Santa Maria la Real in Nájera (bij Logrono, La Rioja) hebben aangevat. Het bestond uit drie horizontale registers met als hoofdtafereel een Hemelvaart van Maria. Alleen het bovenregister gevormd door de drie panelen met de Zegenend Christus tussen musicerende engelen (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten) is bewaard gebleven. Hoewel hier zeker assistenten mee aan het werk zijn geweest, is hun aandeel moeilijk te achterhalen. Het werk is een van de eerste Vlaamse, voor export bestemde retabels naar zuiderse monumentale smaak. Het werd rond 1491 opgesteld boven het altaar tegen de vlakke muur van de oostelijke absis van de kerk [afb.21].

l&w_afb21_full [afb. 21]

De internationale erkenning van Memlings meesterschap resulteerde rond dezelfde tijd ook in een belangrijke Duitse bestelling, de laatste die bekend is. De Triptiek met de Passie [afb. 23] werd in opdracht van Heinrich Creverade of van zijn broer Adolf (of van allebei) voor hun kapel in de dom van Lübeck geschilderd. Heinrich was koopman en vertegenwoordigde de Hanzebelangen in het Oosterlingenhuis te Brugge. Zijn broer werd na 1494 domheer in Lübeck. De stichtersfiguur op het retabel is vermoedelijk Adolf, wiens testamentaire beschikkingen de stichting mogelijk maakten. Door omstandigheden werd de kapel pas in 1504 ingericht. Het retabel dateert nochtans al van 1491 en vormt samen met het Laatste Oordeel , het Johannesretabel en de Nájera-panelen het omvangrijkste werk dat Memling schilderde. Het is een drieluik met dubbele luiken, d.w.z. dat na een eerste sluiting over de volledige breedte vier panelen zichtbaar worden, waarop de vier heiligen staan afgebeeld aan wie het altaar was toegewijd. Pas na de tweede sluiting ziet men de echte buitenkant met de Annunciatie in grisaille. Dit in de Nederlanden niet gebruike­lijke type is vermoedelijk door Duitse, met name Lübeckse voorbeelden geïnspireerd.

l&w_afb23_full [afb. 23]

Al deze werken vertonen figuren die door hun uitgelengde gestalte helpen bijdragen tot het monumentale effect van de compositie. Andere voorbeelden met een vergelijkbare typologie, die aan de latere werken eigen lijkt, zijn de Annunciatie (New York, Metropolitan Museum of Art, The Robert Lehman Collection) die vermoedelijk het jaartal 1489 droeg, de H. Hiëronymus en de Christus aan de geselkolom .

Nog vóór 1488 moet de Triptiek met Tronende Madonna en Kind van Wenen (Kunsthistorisches Museum) zijn geschilderd. De huidige in donkere tabbaard gehulde schenker is niet van Memlings hand en verbergt een andere figuur die niemand minder dan de in 1488 gestorven abt Jan Crabbe moet zijn geweest. De luiken stellen de twee Johannessen voor en op de gesloten kant staan de levende figuren van Adam en Eva in een nis. In dit werk verschijnt voor het eerst het uit Italië overgenomen motief van putti die bovenaan festoenen voor het tafereel spannen. Het komt nadien nog een paar maal bij Memling voor, onder meer in de Triptiek met de Verrijzenis (Parijs, Louvre) of de Tronende Madonna met Kind en twee engelen van Florence [afb.24]

l&w_afb24_full [afb. 24]

22 augustus 2010

Fietsen rond Kortrijk

We zijn gisteren gaan fietsen met Inge en Hans. Een leuke maar niet te onderschatten tocht rond Kortrijk van om en bij de 80 km. Ik wist niet dat de heuveltjes daar zo talrijk waren.

De rit ging van Kuurne langs het kanaal Kortrijk Bossuit naar de Schelde. Langs de taalgrens naar Helkijn en Spiere. Tot daar toe geen probleem. Alles was dan nog vlak. Maar dan moesten we van het Schelde gebied naar het Leie gebied. Het is me heel duidelijk geworden waarom de Leie daar niet in de Schelde vloeit…

schelde1

De rit ging verder via Kooigem naar Bellegem. We kennen nu ook Bellegem berg! Van daar naar Rollegem, Aalbeke en Lauwe naar de Leie. Oef terug plat.

Onderweg waren er gelukkig een aantal goed gekozen stops ingelast. Het was duidelijk dat onze gastheer de streek goed kende en op de juiste momenten voor een natje en een droogje zorgde. Iets wat we allebei konden smaken.

Als afsluiter van deze leuke dag, hebben we dan nog een lekkere visschotel gegeten op het terras van Bistro Banmolens in Harelbeke.

We kijken al uit naar onze volgende fietsrit!

11 augustus 2010

Vakantie Corsica – Dag 10 – Terug naar Ajaccio

Vandaag was onze laatste dag op Corsica. Het afscheid valt zwaar. Dit is een prachtige streek.

Vanmorgen moeten we tegen half tien uit onze kamers. Tot nu toe heb ik nog niet veel verteld over ons hotel. Valinco Village is een vrij sober hotel, die bestaat uit rijen bungalows. Iedere bungalow is uitgerust met een bed, een wc, een douche en lavabo en een ultra klein koelkastje.

Het is eigenlijk geen hotel maar een veredelde camping. Je hoort je buren even goed al zat je in een tent.

Op zich is dit geen probleem. Je bent er toch enkel om te douchen en te slapen. Voor de rest leef je in Corsica toch buiten.

Wat ik persoonlijk een groter probleem vond, was het eten. Het ontbijt kon er nog door, maar het avondeten was – kort gezegd – slecht. Ik had al in jaren geen soepvlees meer gegeten, maar sinds we hier zijn al twee keer.

Ook de wijn bij het avondeten is die naam niet waard. Het is eerder water met een kleurtje. Dronken zal je er in ieder geval niet van worden, want volgens mij zit er geen alcohol in.

DSCN1747DSCN1757 DSCN1755DSCN1760DSCN1749DSCN1750    

We zijn pas na de middag terug vertrokken naar Ajaccio. De suggestie om het huis van Napoleon Bonaparte en het huis Fesch te bezoeken in Ajaccio kreeg geen meerderheid. Liever nog wat nagenieten van de zee en het strand.

In de late namiddag konden we inschepen voor de overzet naar Marseille. Het einde is nabij. Morgen nog enkel de autorit naar Brugge.

DSCN9530DSCN1789 DSCN9550DSCN9543

10 augustus 2010

Vakantie Corsica – Dag 9 – Col de Bavella

Col de Bavella hebben we bezocht zonder kinderen. Je kent dat wel, stappen is toch o zo lastig… De klim naar de Trou de la Bombe hebben we samen met onze buren Luc en Rita gemaakt. Ook zij waren die dag kinderloos. Er moet toch iets in de genen van de jeugd zitten waardoor ze niet willen gaan stappen met pa en ma. :-)

In de harde rotsen van Corsica zijn door winderosie gaten ontstaan (tafoni). Je moet geen klimfanaat zijn om bij één ervan te komen. De Trou de la Bombe is een gat van zo’n negen meter hoogte die je na een wandeling van een uur kan bereiken. Het wandelpad is vrij goed aangegeven met rood geschilderde strepen op de bomen.

DSCN1697 DSCN1698 DSCN1699 DSCN1703 DSCN1711DSCN1714DSCN1701DSCN1740DSCN1728DSCN1729 DSCN1731 DSCN1732 DSCN1733 DSCN1743

Later die dag hebben we nog een bezoek gebracht aan een lokale wijnboer. Domaine de Vaccelli in het gehuchtje Cognocali op ongeveer 15 minuten rijden van ons hotel, wordt uitgebaad door Alain Courréges en zijn zoon. Gedreven wijnbrouwers, die een reeks wijnen produceren, zeker de moeite waard om te ontdekken. Vooral in het oog te houden is de ‘Granit’ reeks. Deze wijnen zijn van een uitstekende kwaliteit.

DSCN1745 DSCN1746

Mogelijk gerelateerde posts